Goede inzichten en BENG doen het dak niet te kort

Artikel delen

Met de komst van het Bouwbesluit in 1992 werd voor de gebouwschil nationaal ingezet op een minimale warmteweerstand van 2.5 m2K/W. Tegenwoordig worden geen nieuwe gebouwen gerealiseerd met een dak met een warmteweerstand van onder de 6.0 m2K/W. Deze pushfactoren zijn beperkt van aard en vallen in het niet bij de ambities die Nederland heeft voor de komende jaren, waarin energieneutraal, zero energy en aardgasloos de boventoon voeren.

BENG

Er zijn echter meer mogelijkheden om daken actief deel te laten nemen in de energietransitie. Met de nieuwe regelgeving voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG) die eraan zit te komen, zullen we alles uit de kast moeten halen om onze gebouwen energiezuinig, duurzaam en tevens comfortabel te laten zijn. De BENG zal drie eisen met zich meebrengen, namelijk:

1. een maximum aan de energiebehoefte voor verwarmen en koelen;
2. een maximum aan het primair fossiel energiegebruik en tot slot;
3. een minimaal aandeel aan hernieuwbare energie.

Het dak en de aansluiting op de gevels zullen dus bouwkundig goed in orde moeten zijn voor wat betreft warmteweerstand en luchtdichtheid, om aan de eerste eis te kunnen voldoen. Daarnaast zal er naar verwachting ruimte met de juiste oriƫntatie moeten worden geboden om het maximum qua primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie invulling te kunnen geven.

Bestaande kantoorgebouwen moeten overigens in 2023 een Energielabel C of beter hebben, maar daarvoor kent de huidige rekenmethode maar beperkte ingebedde mogelijkheden om creatief en innovatief met het dak om te gaan. Het toepassen van een batterijpakket in het dak voor een PV-systeem, Phase Change Materials of een dubbele dakconstructie resulteren niet automatisch in een beter energielabel.

Keuzes

Dit is het punt om terug te komen op genoemde hulpmiddelen, de thermoscan en de zonnekaart. Gezien de resultaten van het onderzoek naar de inzet van beleidsinstrumenten door gemeenten in de provincie Overijssel, lijken dit soort hulpmiddelen wenselijk om opdrachtgevende partijen in de gebouwde omgeving mee te laten helpen met de energietransitie. Niet elke gebouwgebruiker of gebouweigenaar is immers bereid om direct te betalen voor een gebouwverbeteringsadvies. Met het inzicht in het gebruik van het gebouw kunnen niet alleen de beste keuzes voor de theoretische score worden gemaakt, maar bovenal voor het praktisch nut voor de echte gebouwgebruiker. Die moet immers de schaarse ruimte van het dak zo goed mogelijk gaan gebruiken.