Dakenraad nr. 140, pagina 1

Het multifunctionele dak

De oervorm van een dak: u treft in deze uitgave een fraai voorbeeld aan in de nieuwe serie ‘Dak in Beeld’, maar ook in het artikel over de toepassing van palmbladeren. Hoe simpel was een dak vroeger? Een paar houten takken en dan bladeren of platen eroverheen, klaar. Alleen bedoeld om regen, wind en de ergste kou of warmte buiten te houden. Hoe anders ziet het hedendaagse dak eruit. Vooral platte daken laten steeds vaker een stapeling van functies zien. De beschikbare gebruiksruimte in ons land staat onder druk, dus biedt het enorme oppervlak aan daken gouden kansen. Denk aan daken met een vegetatieve bedekking als verfraaiing, waterbuffer, isolator, flora- en faunaverrijker en micro-klimaatverbeteraar. Of daken voor parkeren, sporten, recreatie, energieopwekking en waterberging of zelfs als moestuin.

Ik ga in deze Dakenraad uitgebreid in op de mogelijkheden van ‘gebruiksdaken’ in een gesprek Erik Steegman, directeur van de Nederlandse Dakdekkers Associatie (NDA) en voormalig directeur van Leven op Daken. Het leert ons anders kijken naar daken. Hoe kunnen we de talrijke mogelijkheden die daken bieden beter benutten? En hoe borgen we de kwaliteit als er steeds meer disciplines het dak opkomen? ‘Beter samenwerken!’. Ja, waar heb ik dat eerder gehoord?

Met de komst van gebruiksdaken, moet ook de natuur in de stad verder terugkeren. Of dat alleen maar voordelen biedt, betwijfel ik. Bij moerasdaken denk ik toch vooral aan muggen. Véél muggen. En wespen. Ik kan er over meepraten. Ik heb niet eens een groen dak, maar had al wel weken last van veel wespen in mijn kantoor. Nadat ik ieder plekje in mijn kantoor de afgelopen tijd binnenste buiten had gekeerd – ik beken: ik heb zelfs planten uit hun potten gerukt – besloot ik mijn zoektocht op het platte dak voort te zetten. En ja hoor: al snel ontwaarde ik een zwerm wespen rond de mantelbuis die de leidingen van de binnenunit van de airco door het dak heen naar de buitenunit leidt. Ondanks het dringende advies van mijn vrouw – mijn kantoor bevindt zich naast de woning – om de beesten metrust te laten, besloot ik toch tot nadere inspectie. Rustig het kapje van de mantelbuis rond 100 afgehaald. De gehele buis bleek dichtgemetseld door de ijverige dieren. Een enorm wespennest dus. Gelukkig liet de grote zwerm mij ongemoeid. Mijn vrouw niet: die was behoorlijk boos.

De ongediertebestrijder stond al snel op mijn dak: “we hebben soms wel vijftig nesten per dag”. Dat is even slikken: vijftig? Wat moet dat straks worden met al die groene daken? Fijn hoor die natuur in de stad, maar soms is dat ook wel even wat minder comfortabel. Oh ja, ik kreeg het dringende advies van de ongediertebestrijder om nooit meer met onbedekte huid een wespennest bloot te leggen. Hij had nog nooit meegemaakt dat iemand daarbij niet was gestoken. Dan weet u dat vast.

auteur: Frank de Groot